Waar staat de school voor


Op de Annie M.G. Schmidtschool wordt bijzonder onderwijs gegeven waarbij volgende kenmerken worden gerespecteerd en statutair zijn vastgelegd:

respect voor de diverse levensbeschouwingen en maatschappijvisies;

toelating van kinderen ongeacht levensovertuiging (ras en sekse);

aanstelling van personeel ongeacht levensovertuiging (ras en sekse).

Alle kinderen zijn welkom. Geen mens is gelijk, maar alle mensen wel gelijkwaardig. Het ene kind is niet meer of minder dan het andere kind. Allemaal hebben ze recht op kansen en begrip.

Visie

De Annie M.G. Schmidtschool is een school voor speciaal basisonderwijs die haar visie op

onderwijs en zorg als volgt heeft vastgelegd:

De school voor Speciaal Basis Onderwijs (SBO) Annie M.G. Schmidt biedt alle kinderen maximale ontplooiingskansen op zowel cognitief- als sociaal-emotioneel gebied met een handelingsgerichte, positief geformuleerd onderwijs- en ondersteuningsaanbod binnen een veilige en plezierige onderwijsleersituatie waarin door kind, ouders en school wordt samengewerkt.

De school stelt hoge eisen aan de kwaliteit van de medewerkers in een flexibele en lerende onderwijsorganisatie.

De school wil kinderen opvoeden tot individuen die zelfstandig en verantwoordelijk zijn en aanmoedigen om een eigen mening te vormen over waarden en normen en deze mening

ook te uiten. De school wil de kinderen leren zich verantwoordelijk te gedragen.

De startlijn voor ons werk vormen de basisbehoeften van elk individu:

  • ┬árelatie (het gevoel hebben dat mensen je waarderen en met je om willen gaan)
  • competentie (het geloof en plezier hebben in eigen kunnen)
  • autonomie (het gevoel hebben zelf dingen te kunnen en zelf verantwoordelijk zijn)

Deze behoeften zijn bij ieder mens aanwezig en zullen in eerste instantie gehonoreerd moeten worden wil er sprake zijn van motivatie om jezelf te ontwikkelen. Een tweede gegeven is dat mensen verschillen in talent, tempo en temperament.

Dit betekent dat de school deze verschillen als normaal ziet. Als laatste uitgangspunt geldt

de ontwikkelingsopgave van het kind zelf. Elk kind heeft een eigen ontwikkelingstaak. Dit betekent dat het kind een eigen actief aandeel heeft in zijn ontwikkeling, maar dat het ook

de gelegenheid moet krijgen zich te ontwikkelen.

Dit wordt bevorderd door ondersteuning en uitdaging, structuur, hulp en bemoediging enerzijds en motiveren tot zelfstandige exploratie en het stellen van eisen anderzijds.

Ondersteuning is pas effectief als het leidt tot uitdaging om een taak op je te nemen en uit te voeren. Uitdaging is pas effectief als de leerling weet dat de leerkracht beschikbaar blijft voor ondersteuning (bijv. in de vorm van acceptatie van het resultaat van het werk). Willen ondersteuning en uitdaging resultaat opleveren dan is het noodzakelijk dat de leerkracht het gevoel geeft dat het lukken gaat. Hierdoor bouwt het kind zelfvertrouwen op.

Voor het onderwijs houdt het bovenstaande in dat er een beroep wordt gedaan op de leerlingen om actief mee te doen. Het onderwijs is een proces en niet een product. Gekeken wordt naar hoe de leerling tot de oplossingen komt. Dit betekent vragen stellen (niet om het goede antwoord maar om het denkproces), uitdagen tot een andere benadering van een probleem/vraagstuk, uitleg geven en leerlingen laten uitleggen, gissen en missen, beoordelen en waarderen.

Leerkracht en leerling zijn constant samen in interactie om iets nieuws onder de knie te krijgen, dit maakt leren plezierig en geeft de leerling zelfvertrouwen en het gevoel iets te kunnen.

image